DE OVERGANG

 

Een zweem groen, opkomende sneeuwklokjes en een krachtig bleek zonnetje dat de temperatuur deed stijgen naar 17 graden. Op een beschut plekje weliswaar, maar toch. In Limburg konden we de afgelopen week al flirten met het voorjaar.

 

Telkens heb ik moeite met de overgang van de seizoenen. Van lange zomerse avondwandelingen naar vroeg-in-de-middag-uitstapjes in de herfst tot een ommetje in de koude winter vanwege het vroege donker. De hond en ik waren onderhand gewend aan het kale bos en die ene sporadische wandelaar met hond: we hadden het gevoel dat de omgeving een beetje van ons alleen was. De schaarste van de winter gaat zo dadelijk weer plaatsmaken voor een potpourri van geuren en kleuren. De stilte verandert in lawaai. Op de anders zo rustige parkeerplaats bij het hondenbos is het een drukte van jewelste. De grote afwezigen tijdens de koude lijken allemaal tegelijk uit alle hoeken en gaten te kruipen. Waar waren ze al die tijd?

 

Twee jonge Amstaffs in kartuizer grijs gedragen zich aanstekelijk ondeugend. Onze hond ontmoet een oude bekende. Ze hebben elkaar heel wat te vertellen, zo blijkt uit hun lichaamstaal: beiden besnuffelen aandachtig het achterwerk van hun vergeten kameraad. De nieuwkomer, een onhandige Cane Corso die worstelt met (nog) slungelachtige poten wordt door een bejaarde Bouvier, die zich als bereidwillige gids opwerpt, meegetroond naar zijn meest favoriete stukje bos. Een ‘Tollertje’ proeft voorzichtig van de petieterige groene sprietjes die net boven de grond uit komen, terwijl zijn broertje verrotte stukjes hout versnippert. Een herdershondpup vindt een verkleurde lekke bal, die waarschijnlijk in de winterse sneeuw verloren is gegaan. Hondeneigenaren koesteren zich in de warmte en hebben tijd genoeg om gezellig bij te kletsen.

 

De aftrap naar de lente. Ik weet zeker dat ik er klaar voor ben.

 

terug naar overzicht